Spring naar inhoud
Novot AI
ENPlan een gesprek
← Terug naar kennisbank

Hoeveel Nederlandse MKB-bedrijven gebruiken AI, en waarvoor?

Hoeveel MKB-bedrijven AI gebruiken hangt vooral af van hoe groot je bent. In 2025 gebruikte 13,8 procent van de Nederlandse microbedrijven AI, tegenover 45 procent van de bedrijven met 50 tot 250 werkzame personen (CBS, 12 december 2025). Europees was dat 17 procent bij kleine, 30,36 procent bij middelgrote en 55,03 procent bij grote bedrijven (Eurostat, 2025). Van de bedrijven die AI gebruiken doet 35 procent dat voor marketing of verkoop. Die cijfers zeggen alleen of een bedrijf AI gebruikt, niet hoe vaak, hoe goed of in welk kanaal.

Gepubliceerd op

Over AI in het Nederlandse MKB wordt veel geroepen en weinig gemeten. Dit artikel doet het omgekeerde. Hieronder staan alleen cijfers die het CBS of Eurostat zelf heeft gepubliceerd, met het jaar en de bron erbij. Geen schattingen, geen bewerkte percentages, geen doorvertelling van een doorvertelling. Waar een getal ontbreekt, lees je dat het ontbreekt in plaats van een benadering.

Dat is niet uit voorzichtigheid. Als je wilt weten of jouw bedrijf voorloopt of achterloopt, heb je een meetlat nodig die klopt. Een percentage dat ergens vandaan komt en waarvan niemand weet wat de noemer was, is geen meetlat maar een gevoel. En bij AI zijn de gevoelens toch al sterk genoeg.

Hoeveel bedrijven gebruiken AI, en hoe hard gaat het?

Het scherpste groeicijfer komt van het CBS, gepubliceerd op 12 december 2025. Bij bedrijven met 50 tot 250 werkzame personen steeg het aandeel dat AI gebruikt van 20 procent in 2023 naar 45 procent in 2025. Dat is in twee jaar meer dan een verdubbeling, en het is de sterkste toename van alle grootteklassen die het CBS meet.

Zet daar meteen de andere helft van die zin naast. Bij die 45 procent hoort een meerderheid die het in 2025 nog steeds niet deed. Als je in die groep zit, ben je dus niet de uitzondering. Je zit in de meerderheid, en die meerderheid krimpt hard. Beide waarnemingen komen uit hetzelfde getal, en beide zijn waar. Wie alleen de eerste helft citeert verkoopt haast; wie alleen de tweede helft citeert verkoopt rust. De cijfers doen geen van beide.

Let ook op wat er niet staat. Het CBS meet hier of een bedrijf één of meer AI-technologieën gebruikt. Niet hoe vaak, niet hoe belangrijk, niet of het werkt. Een bedrijf waar één medewerker af en toe een tekst laat herschrijven telt in deze statistiek even zwaar mee als een bedrijf dat zijn hele klantcontact heeft ingericht rond een AI-systeem. Daar kom ik verderop op terug, want het is de belangrijkste beperking van het hele cijfer.

Waarom zegt "het MKB" als groep hier eigenlijk niets?

Als je één ding meeneemt uit dit artikel, laat het dit zijn: AI-gebruik hangt sterker samen met bedrijfsgrootte dan met bijna iets anders. Een cijfer over "het MKB" gooit een eenmanszaak met twee man en een bedrijf met tweehonderd man op één hoop, terwijl die twee in deze statistiek in verschillende werelden leven.

Eurostat laat dat over de hele EU zien voor 2025: 17 procent van de kleine bedrijven, 30,36 procent van de middelgrote bedrijven en 55,03 procent van de grote bedrijven gebruikte AI. Van klein naar groot is dat meer dan een verdrievoudiging. Het is dezelfde trap die het CBS in Nederland ziet, en hij loopt in vrijwel elk Europees land dezelfde kant op.

De praktische conclusie is simpel. Vergelijk jezelf met je eigen grootteklasse, niet met een gemiddelde waar bedrijven van tweehonderd man in zitten. Anders meet je vooral hoe groot je bent.

AI-gebruik naar bedrijfsgrootte, met bron en jaar. De Nederlandse en Europese cijfers staan naast elkaar, maar zijn niet één op één te vergelijken: het zijn andere onderzoeken met andere afbakeningen.
GroepGebiedAandeel dat AI gebruiktJaarBron
Microbedrijven (2 tot 10 werkzame personen)Nederland13,8 procent2025CBS
50 tot 250 werkzame personenNederland20 procent2023CBS
50 tot 250 werkzame personenNederland45 procent2025CBS
Kleine bedrijvenEU17 procent2025Eurostat
Middelgrote bedrijvenEU30,36 procent2025Eurostat
Grote bedrijvenEU55,03 procent2025Eurostat

Wat doen de allerkleinste bedrijven, en waarom zie je ze bijna nooit?

Hier zit een gat dat de meeste artikelen over dit onderwerp stilzwijgend overslaan. De reguliere ICT-statistiek over bedrijven begint pas bij tien werkzame personen. Alles daaronder valt er standaard buiten. En dat is nu net waar het overgrote deel van de Nederlandse bedrijven zit.

Het CBS heeft die groep apart onderzocht. In 2025 gebruikte 13,8 procent van de Nederlandse microbedrijven één of meer van zeven genoemde AI-technologieën. Dat was een toename van meer dan 3 procentpunt ten opzichte van 2024. Vergeleken met grotere bedrijven ligt dat aandeel duidelijk lager.

Zet die 13,8 procent naast de 45 procent bij bedrijven met 50 tot 250 werkzame personen en je ziet de kloof in één blik. Het gaat om hetzelfde land, hetzelfde jaar en dezelfde statistiekmaker. Het enige verschil is het aantal mensen op de loonlijst. Wie roept dat "het MKB massaal op AI overstapt" heeft naar de bovenkant van dat bereik gekeken en de onderkant weggelaten.

Nog een detail dat je moet weten voordat je dit cijfer op jezelf plakt: microbedrijven zijn hier bedrijven met 2 tot 10 werkzame personen. Werk je in je eentje, dan val je zelfs buiten deze aparte meting. Voor de zelfstandige zonder personeel bestaat er in deze reeks simpelweg geen percentage. Dat is geen aanwijzing dat die groep geen AI gebruikt. Het betekent dat het hier niet geteld is.

Waarvoor zetten bedrijven AI het vaakst in?

Van de bedrijven die software of systemen op basis van AI gebruiken, doet 35 procent dat voor marketing of verkoop. Dat is de grootste toepassing. Daarna komt bedrijfsadministratie of bestuurstaken met 32 procent, waaronder het CBS zaken schaart als risicobeoordeling en de selectie van sollicitanten. Beide cijfers zijn van het CBS en gaan over 2025.

Let op de noemer, want die verschuift hier. Deze 35 procent gaat niet over alle bedrijven. Het gaat over het deel van de bedrijven dat al AI gebruikt. In een groep waar bijvoorbeeld 45 procent AI gebruikt, is 35 procent daarvan dus geen 35 procent van alle bedrijven. Dit is de meest gemaakte fout bij het navertellen van deze cijfers, en hij maakt het beeld stelselmatig ruimer dan het is.

Er zit nog een grens aan wat je hieruit mag lezen. "Marketing of verkoop" is een brede categorie. Er zit klantcontact in, maar ook advertenties schrijven, teksten vertalen en leads scoren. Het cijfer vertelt je niet hoeveel bedrijven een AI-systeem daadwerkelijk laten meepraten in e-mail, WhatsApp of aan de telefoon. Die uitsplitsing staat er niet, dus die noem ik hier ook niet.

AI naar toepassing en naar bedrijfstak, CBS, gepubliceerd 12 december 2025. Let op de kolom met de noemer: de eerste twee rijen gaan over bedrijven die al AI gebruiken, de laatste twee over alle bedrijven in die bedrijfstak.
UitsplitsingAandeelVan welke groepJaar
Marketing of verkoop35 procentbedrijven die AI gebruiken2025
Bedrijfsadministratie of bestuurstaken32 procentbedrijven die AI gebruiken2025
Bedrijfstak informatie en communicatie54 procentalle bedrijven in die bedrijfstak2025
Bedrijfstak informatie en communicatie28 procentalle bedrijven in die bedrijfstak2023

In welke bedrijfstak is AI het gewoonst?

Bedrijven in de informatie en communicatie gebruiken met 54 procent het vaakst een of meer AI-technologieën. In 2023 was dat nog 28 procent. Ook daar is het aandeel in twee jaar bijna verdubbeld, en die tak loopt van alle bedrijfstakken het verst voorop.

Dat is minder verrassend dan het klinkt, en juist daarom nuttig als ijkpunt. Het zijn de bedrijven die software maken en digitale diensten leveren. Zij hebben de kennis in huis en de drempel is er laag. Als jij een installatiebedrijf, een kliniek of een garage runt, is 54 procent niet jouw meetlat. Het is de bovengrens van wat er in Nederland gemeten wordt, en de afstand tussen die bovengrens en het gemiddelde vertelt je hoe scheef het beeld is dat je in de media tegenkomt.

Voor de andere bedrijfstakken publiceert het CBS eigen percentages. Die staan niet in de bronnen onder dit artikel, dus noem ik ze hier niet. Wil je het cijfer voor jouw eigen tak, zoek dan de CBS-publicatie van 12 december 2025 op en lees de uitsplitsing daar. Dat is één klik, en het is beter dan een getal dat ik hier zou afronden.

Hoe verhoudt Nederland zich tot Europa?

De verleiding is groot om de Nederlandse en de Europese cijfers op elkaar te delen en te concluderen dat Nederland voor- of achterloopt. Doe dat niet zonder na te denken. De CBS-reeks en de Eurostat-reeks zijn verschillende onderzoeken, met eigen afbakeningen en eigen grootteklassen. Een verschil van een paar procentpunt tussen twee zulke reeksen kan net zo goed een meetverschil zijn als een echt verschil.

Wat je wel kunt doen, is de vorm vergelijken. En die vorm is opvallend gelijk. In beide reeksen schaalt AI-gebruik hard mee met bedrijfsgrootte, in beide zit de scherpste groei bij het middensegment en in beide is 2025 het jaar waarin het middensegment richting de helft schoof. Bij Eurostat zit het middensegment in 2025 op 30,36 procent en het grootbedrijf op 55,03 procent; bij het CBS staat de Nederlandse groep van 50 tot 250 werkzame personen in datzelfde jaar op 45 procent. De trend is dezelfde, het niveau laat zich niet zomaar naast elkaar leggen.

Waar de Europese cijfers wél iets toevoegen, is bij de vraag waarom bedrijven het níet doen. Daar gaat de volgende paragraaf over.

Waarom haakt meer dan de helft af op de juridische kant?

Eurostat heeft in 2025 gevraagd aan EU-bedrijven die het gebruik van AI ooit hebben overwogen, waarom ze het uiteindelijk niet doen. De meest genoemde reden was gebrek aan relevante kennis: 70,89 procent. Daarna kwam onduidelijkheid over de juridische gevolgen: 52,52 procent.

Dat tweede getal is voor jou als ondernemer het interessantste in dit hele artikel. Meer dan de helft van de bedrijven die AI serieus overwogen, houdt de rem erop omdat ze niet weten wat er juridisch geldt. Niet omdat de techniek niet kan wat ze willen. Niet omdat ze het niet nodig hebben. Omdat de regels onduidelijk voelen.

Dat is een obstakel van een heel andere soort dan de andere twee. Ontbrekende techniek moet je kopen en ontbrekende kennis moet je opbouwen, maar onduidelijkheid over de regels is grotendeels op te lossen door het één keer goed uit te zoeken. De verplichtingen rond klantcontact met AI zijn er wel degelijk: je hebt een grondslag nodig voor de persoonsgegevens die erdoorheen gaan, je moet vastleggen wat je leverancier ermee mag, en sinds de AI-verordening moet duidelijk zijn dat de klant met een machine praat. Die regels staan elders in deze kennisbank per onderwerp uitgewerkt. Het punt hier is statistisch: die onduidelijkheid is geen randverschijnsel, het is de op één na grootste reden waarom het niet gebeurt.

Wat meten deze cijfers niet?

Dit is de paragraaf die in de meeste stukken over AI-adoptie ontbreekt. De cijfers hierboven zijn betrouwbaar voor wat ze meten, en er zijn nogal wat dingen die ze niet meten.

  • Ze meten geen intensiteit. "Gebruikt AI" is een ja of nee. Eén medewerker die af en toe een e-mail laat herschrijven levert dezelfde ja op als een volledig geautomatiseerde klantenservice. Uit een stijging van 20 naar 45 procent kun je dus niet afleiden dat er twee keer zoveel wérk door AI wordt gedaan.
  • Ze meten geen resultaat. Nergens in deze reeksen staat of het AI-gebruik iets opleverde, geld bespaarde of klanten hielp. Adoptie is geen succes.
  • Ze meten geen naleving. Een bedrijf dat AI gebruikt zonder ook maar één afspraak op papier telt in de statistiek precies zo mee als een bedrijf dat alles netjes heeft geregeld. Uit deze cijfers volgt niets over hoe goed het gaat.
  • Ze meten je eigen kanaal niet. De uitsplitsing gaat over "marketing of verkoop" en "bedrijfsadministratie", niet over e-mail, WhatsApp of telefoon apart. Wie een percentage voor AI in klantcontact noemt, heeft dat ergens vandaan gehaald waar het niet stond.
  • Ze meten de eenmanszaak niet. De reguliere reeks begint bij tien werkzame personen; het aparte microbedrijvenonderzoek begint bij twee. De ondernemer die alleen werkt komt er niet in voor.
  • Ze meten wat op de lijst staat. Het CBS vraagt naar een vaste set van zeven AI-technologieën. Gebruik je iets wat daar niet onder valt, dan tel je in dit cijfer niet mee, hoe slim het ook is.
  • Ze lopen achter. Een publicatie uit december 2025 beschrijft het jaar 2025, en in een markt die per kwartaal beweegt is dat een momentopname. Het is de beste die er is, maar het is er een van gisteren.

Hoe lees je zo'n percentage zonder jezelf voor de gek te houden?

Drie vragen halen de meeste onzin eruit voordat je een cijfer doorvertelt in een vergadering of een offerte.

  1. Wat is de noemer? 35 procent van de AI-gebruikers is iets heel anders dan 35 procent van alle bedrijven. Staat er niet bij wat de noemer is, dan weet je niet wat je leest.
  2. Welke grootteklasse? Tussen 13,8 procent bij microbedrijven en 45 procent bij bedrijven van 50 tot 250 man zit geen meningsverschil, alleen een ander aantal medewerkers.
  3. Welk jaar, en wie heeft het gemeten? Bij deze cijfers zijn 2023 en 2025 twee andere werelden. En een percentage zonder afzender is een percentage dat je niet kunt nakijken.

Wie deze drie vragen stelt bij elk AI-cijfer dat langskomt, filtert het meeste er vanzelf uit. Niet omdat de cijfers verkeerd zijn, maar omdat ze onderweg hun context zijn kwijtgeraakt.

Wat kun je hier als ondernemer mee?

Drie dingen, en geen daarvan is een advies om te kopen of te wachten.

Ten eerste: leg je eigen situatie naast je eigen grootteklasse. Heb je vijf mensen in dienst, dan is 13,8 procent je referentie, niet de 54 procent van de ICT-sector. Doe je al iets met AI, dan zit je in die kleine groep vooroplopers. Doe je niets, dan zit je in de ruime meerderheid. Beide zijn normaal, en geen van beide is een reden om iets te doen of te laten.

Ten tweede: de groeicijfers gaan één kant op. Van 20 naar 45 procent in twee jaar bij het middensegment, van 28 naar 54 procent in dezelfde twee jaar bij informatie en communicatie. Wat vandaag bij jouw grootte nog uitzondering is, is dat over twee jaar waarschijnlijk minder. Dat is geen voorspelling van mij, het is de richting van de gemeten reeks.

Ten derde: de grootste rem is geen techniek. Kennis en juridische onduidelijkheid staan bovenaan de lijst met redenen om niet te beginnen, samen goed voor het beeld dat de meeste bedrijven niet stoppen omdat het niet kan, maar omdat ze niet weten waar ze aan toe zijn. Dat is precies het soort obstakel dat verdwijnt zodra je het uitzoekt en op papier zet. Welke grondslag, welke afspraken met je leverancier, hoe lang je bewaart en wat je de klant vertelt: het zijn allemaal vragen met een antwoord. Dat is meer dan je van de meeste bedrijfsrisico's kunt zeggen.

Kijk wat Novot AI voor jouw bedrijf kan betekenen.

Plan een gesprek