AI in je webshop: wat het consumentenrecht van je verkoopgesprek eist
Alles wat je AI-assistent in het verkoopgesprek zegt, zeg jij als handelaar. Dat betekent: de verplichte informatie uit artikel 6:230m BW moet er staan vóórdat de klant gebonden is, de bedenktijd van veertien dagen uit artikel 6:230o BW moet als wettelijk recht worden genoemd en niet als service, en een toezegging die feitelijk onjuist is levert een misleidende handelspraktijk op (artikel 6:193c BW) — ook zonder opzet. Laat de assistent daarom kiezen uit vaste teksten en feiten uit je systemen halen, in plaats van te formuleren.
Gepubliceerd op
Waarom is AI in een webshop vooral een vraag van consumentenrecht?
Bij AI en klantcontact denken de meeste ondernemers eerst aan privacy. Je hebt inderdaad een grondslag nodig en afspraken met je leverancier, maar dat regel je één keer en het staat verder los van je verkoop. In een webshop komt er iets bij wat in veel andere sectoren ontbreekt: de AI staat precies op de plek waar de koop tot stand komt. Hij beantwoordt de laatste vraag voordat iemand op bestellen klikt. Hij bevestigt de prijs. Hij zegt wanneer het pakket er is.
Daarmee verschuift het zwaartepunt van de regels. Niet de privacywetgeving bepaalt hier wat je assistent mag zeggen, maar het consumentenrecht in Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek: de regels voor koop op afstand. Die regels kennen maar twee partijen, de handelaar en de consument. Een chatvenster is geen derde partij en een taalmodel is geen rechtspersoon. Alles wat je AI in dat venster zegt, zeg jij.
Dat klinkt streng, maar het maakt de vraag ook simpel. Je hoeft niet uit te zoeken wat een bot mag beloven. Je hoeft alleen te weten wat jij zou mogen beloven, en dat daarna in de bot te zetten. De rest van dit artikel gaat over die vertaalslag: welke wettelijke verplichtingen er in een verkoopgesprek zitten, en waar een AI ze het vaakst stukmaakt.
Wat moet er in het gesprek staan voordat de klant gebonden is?
Artikel 6:230m BW legt de informatieplicht bij verkoop op afstand vóór het moment van sluiten. De wet zegt het letterlijk: voordat de consument gebonden is aan een overeenkomst op afstand of aan een aanbod daartoe, verstrekt de handelaar de informatie op duidelijke en begrijpelijke wijze. Achteraf is dus te laat. Dat woordje "voordat" is precies wat een AI-assistent in de war kan schoppen, want die praat vaak juist in de laatste minuut voor de bestelling.
Het gaat onder meer om deze punten:
- wie je bent, waar je gevestigd bent en hoe de klant je kan bereiken;
- de belangrijkste kenmerken van het product of de dienst;
- de totale prijs, inclusief belastingen en alle bijkomende kosten zoals verzending;
- de manier van betalen, leveren en uitvoeren, en wanneer je levert;
- of er een recht van ontbinding is, hoe de klant dat gebruikt, en het modelformulier daarvoor;
- de duur van de overeenkomst en hoe die eindigt, als het om een abonnement gaat;
- waar de klant terechtkan met een klacht.
In een klassieke webshop staat dat rijtje verdeeld over de productpagina, de bestelpagina en de algemene voorwaarden. Zet je daar een AI naast, dan ontstaan er twee situaties die je uit elkaar moet houden.
De AI verwijst alleen
Beantwoordt je assistent vragen en stuurt hij de klant vervolgens naar de gewone bestelpagina, dan blijft die pagina de drager van de informatieplicht. Het risico zit dan niet in wat de AI weglaat, maar in wat hij tegenspreekt. Zegt de chat "verzending is gratis" terwijl de afrekenpagina verzendkosten toont, dan heb je een probleem dat losstaat van de vraag of de pagina zelf compleet was.
De AI stelt zelf het aanbod samen
Stelt je assistent het aanbod samen — "dan doe ik die maat voor je, met verzending erbij, ik zet hem klaar" — dan is dat gesprek het moment vóór de gebondenheid. De verplichte informatie moet dan in dat gesprek zitten of daar op een duidelijke manier aan hangen. Een verwijzing naar een pagina die de klant nooit opent, is dan zwak.
Artikel 6:230v BW voegt daar een vormeis aan toe: de informatie moet worden verstrekt op een wijze die past bij het gebruikte communicatiemiddel, en in duidelijke, begrijpelijke taal. Dat is precies de bepaling die je nodig hebt als je met AI over meerdere kanalen werkt. Een WhatsApp-gesprek is een ander middel dan een e-mail, en een telefoongesprek weer een ander. De inhoud van de plicht verandert niet, de vorm wel. Hetzelfde artikel eist bij verkoop via de telefoon dat de handelaar aan het begin van het gesprek zijn identiteit noemt en zegt dat het gesprek over verkoop gaat. Een AI-telefoonassistent die met "waarmee kan ik je helpen?" opent en pas na drie minuten vertelt namens wie hij belt, voldoet daar niet aan.
De praktische regel die hieruit volgt: laat een AI verplichte informatie nooit in eigen woorden samenvatten. Laat hem de vaste tekst ophalen en tonen. Een taalmodel dat een retourbeleid "in gewone taal uitlegt", herschrijft een juridische verplichting, en dat is geen taak die je aan een generator geeft.
Waarom moet de AI de bedenktijd precies goed noemen?
Artikel 6:230o BW geeft de consument het recht om een koop op afstand zonder opgave van redenen te ontbinden tot een termijn van veertien dagen is verstreken. Dat is het meest opgezochte stuk consumentenrecht dat er is, en het is ook het stuk waar een AI-assistent het vaakst de mist in gaat. Niet omdat de regel ingewikkeld is, maar omdat de manier waarop je hem verwoordt zelf onder toezicht staat.
De Autoriteit Consument & Markt is daar ongewoon direct over. Bedenktijd is een wettelijk recht en geen service van de winkel, en je moet het ook niet zo presenteren. Een zin als "wij geven je veertien dagen bedenktijd" doet precies dat: hij verkoopt een verplichting als een gunst. De ACM noemt dat oneerlijke handel. Het probleem is dat zo'n zin vrijwel altijd in marketingmateriaal staat, en marketingmateriaal is nu precies waar een AI-assistent zijn toon vandaan haalt. Voed je de bot met je eigen verkooppagina's, dan neemt hij die formulering over.
Er zitten meer valkuilen in dit ene onderwerp:
- Ontbinden is niet ruilen. Een AI die zegt "je mag het binnen veertien dagen ruilen" verkleint het recht. De klant mag van de koop af, niet alleen omruilen voor iets anders.
- Het startmoment verschilt. Artikel 6:230o BW laat de termijn bij diensten op een ander moment lopen dan bij de levering van goederen. Een assistent die één standaardzin gebruikt, zegt bij de helft van de bestellingen iets wat niet klopt.
- Er zijn uitzonderingen. Artikel 6:230p BW noemt gevallen waarin het recht niet geldt, bijvoorbeeld bij producten die op maat zijn gemaakt. Een AI die dat niet weet, doet één van twee fouten: hij belooft een recht dat er niet is, of hij ontzegt een recht dat er wel is. Allebei kosten geld.
- Slecht informeren verlengt de termijn. Artikel 6:230o BW koppelt de lengte van de bedenktijd aan de vraag of je de consument goed over dat recht hebt geïnformeerd. Zoek het tweede lid van dat artikel op en zet de uitkomst in je script; dit is geen onderdeel dat je een model laat schatten.
Behandel de bedenktijd daarom als vaste tekst met een paar variabelen, niet als een onderwerp waarover je assistent mag formuleren. In de praktijk betekent dat: één goedgekeurde alinea per productsoort, en een bot die kiest welke alinea hij toont in plaats van een bot die er een nieuwe schrijft.
Wat gebeurt er als de AI iets toezegt dat je niet waar kunt maken?
Hier ligt het grootste risico van AI in een webshop, en het is geen privacyrisico. Artikel 6:193c BW zegt dat een handelspraktijk misleidend is als er informatie wordt verstrekt die feitelijk onjuist is, of die de gemiddelde consument misleidt of kan misleiden. Er staat niets over opzet. Er staat niets over of je het wist. Onjuist is genoeg.
Dat is precies de kwetsbaarheid van een taalmodel. Een model dat niet weet wat de levertijd is, verzint zelden "dat weet ik niet". Het produceert een plausibel klinkende zin: "dan heb je hem woensdag in huis". Als dat niet klopt, heb je juridisch geen bot die zich vergiste, maar een handelaar die onjuiste informatie verstrekte.
De gevolgen lopen langs twee lijnen. De ACM vat de eerste lijn kort samen: bij een oneerlijke handelspraktijk mogen consumenten van de overeenkomst af en kunnen ze schadevergoeding eisen, en dat geldt voor alle klanten in de Europese Unie. Dat is de privaatrechtelijke kant, per klant. De tweede lijn is de handhaving door de toezichthouder zelf, die niet naar één gesprek kijkt maar naar een patroon. Een AI die dezelfde fout duizend keer maakt, is voor een toezichthouder aantrekkelijker materiaal dan een medewerker die zich één keer verspreekt, want het patroon staat netjes gelogd in je eigen systeem.
De onderwerpen waarop dit misgaat zijn steeds dezelfde: levertijd, voorraad, prijs en kortingen, of een product bij iets anders past, en hoe lang de garantie loopt. Het zijn allemaal feiten die ergens in een systeem staan en die een model niet mag afleiden uit tekst. De oplossing is dan ook geen betere prompt maar een harde grens: over een datum, een bedrag, een aantal of een termijn zegt de assistent alleen iets als hij de waarde uit een bron heeft opgehaald. Heeft hij die niet, dan luidt het antwoord dat hij het navraagt. Dat is een saaier antwoord en het is het enige verdedigbare.
Welke klantvraag vraagt om welk antwoord?
De meeste webshopgesprekken bestaan uit een handvol terugkerende vragen. Dat is goed nieuws, want het betekent dat je de juridische lading ervan één keer kunt uitschrijven en daarna kunt vastzetten. De tabel hieronder zet de vraag zoals een klant hem stelt naast wat er juridisch in het antwoord moet zitten.
| Wat de klant vraagt | Wat het antwoord moet bevatten | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| "Kan ik dit terugsturen?" | Het wettelijke recht om binnen veertien dagen te ontbinden, wanneer die termijn begint, of er een uitzondering geldt, en hoe de klant het meldt. | Het recht als eigen service presenteren, of "ruilen" zeggen waar "ontbinden" hoort. |
| "Wat kost het in totaal?" | De totale prijs inclusief belastingen en alle bijkomende kosten, waaronder verzendkosten. | De kale productprijs noemen en verzendkosten pas op de afrekenpagina laten opduiken. |
| "Wanneer heb ik het in huis?" | Een levertermijn die je waar kunt maken, opgehaald uit het systeem dat de echte doorlooptijd kent. | Een datum verzinnen omdat de vraag om een datum vraagt. |
| "Is dit nog op voorraad?" | De actuele voorraadstand uit je eigen systeem, of eerlijk dat de assistent dat niet ziet. | Schaarste suggereren die er niet is; onware urgentie staat op de zwarte lijst van artikel 6:193g BW. |
| "Zit er garantie op?" | Dat de klant sowieso recht heeft op een product dat deugt (conformiteit, artikel 7:17 BW), en apart daarvan wat een fabrieks- of handelsgarantie extra biedt. | Een termijn noemen die nergens vandaan komt, of de wettelijke aanspraak inruilen voor de commerciële garantie. |
| "Ik heb een klacht" | Erkenning van wat de klant juridisch inroept, de klachtroute, en een route naar een mens. | De klacht afhandelen als een informatievraag en de zaak in een lus laten hangen. |
| "Praat ik met een robot?" | Een eerlijk antwoord, en liever nog een melding die er al stond voordat de vraag kwam. | Ontwijken, of het pas toegeven als de klant doorvraagt. |
Het aardige aan deze tabel is dat hij zich laat testen. Zet de zeven vragen in een testset, laat ze na elke wijziging aan je assistent opnieuw lopen, en lees de antwoorden na met de middelste kolom ernaast. Dat is een half uur werk per release en het vangt precies de fouten die duur zijn.
Hoe handel je een klacht af als de eerste lijn een AI is?
Een klacht in een webshop is zelden alleen een klacht. Meestal roept de klant er zonder het te benoemen een recht mee in. "Het werkt niet" is een beroep op conformiteit. "Ik wil er toch vanaf" is een ontbinding. "Ik heb het nooit besteld" is iets heel anders dan allebei. Die drie vragen om drie verschillende reacties, en de eerste taak van een AI in de klachtenstroom is dus niet oplossen maar herkennen.
Daar zit ook het termijnprobleem. De bedenktijd loopt gewoon door terwijl je assistent vragen stelt. Een bot die drie keer om een ordernummer vraagt en daarna aanbiedt "het door te geven aan een collega", eet dagen op van een termijn die van de klant is en niet van jou. Laat je zo'n termijn verlopen omdat je eigen eerste lijn de melding niet als ontbinding herkende, dan is dat jouw probleem. De consument heeft zich op tijd gemeld; dat het bij een bot terechtkwam, is een keuze die jij hebt gemaakt.
Let daarnaast op wat je assistent zelf over termijnen zegt. De wet schrijft voor een gewone klacht geen vaste reactietijd voor, maar zodra jouw bot zegt "je hoort binnen 24 uur van ons", heb je die termijn zelf gemaakt. Dat is een toezegging over jouw dienstverlening, en een toezegging die je structureel niet nakomt valt weer onder de misleidingsregels van artikel 6:193c BW. Laat de assistent daarom alleen reactietijden noemen die je organisatie ook op een drukke maandag haalt.
Drie inrichtingskeuzes maken het verschil:
- Classificeren vóór antwoorden. Laat de assistent eerst bepalen welk type melding dit is, en pas daarna een antwoord vormen. Bij ontbinding, conformiteit en betwiste bestellingen gaat de melding meteen naar een mens.
- Een datum stempelen. Leg vast wanneer de melding binnenkwam, niet wanneer iemand hem oppakte. Bij een discussie over een termijn is dat het enige wat telt.
- Een uitweg die altijd werkt. Eén zin van de klant moet genoeg zijn om bij een mens te komen. Een assistent zonder nooduitgang produceert vanzelf de lus waar klachten in blijven hangen.
Komt er via dezelfde mailbox een verzoek binnen om inzage of verwijdering van gegevens, dan geldt daarvoor een heel ander regime met een eigen termijn. Behandel dat niet als klacht; dat onderwerp staat elders in deze kennisbank.
Waar let de toezichthouder op?
Voor de webshopkant is dat de Autoriteit Consument & Markt. Die kijkt naar de informatieplichten en naar oneerlijke handelspraktijken, en dus naar wat er in het verkoopgesprek gebeurt. Voor de gegevenskant is er een andere toezichthouder met een eigen agenda; die twee sporen lopen naast elkaar en de ene vrijwaart je niet voor de andere.
| Spoor | Waar het over gaat | Wat de klant zelf kan doen |
|---|---|---|
| Consumentenrecht | Informatie vooraf, bedenktijd, juistheid van wat je belooft. | De overeenkomst vernietigen en schadevergoeding eisen bij een oneerlijke handelspraktijk. |
| Gegevensbescherming | Wat je met de gesprekken doet en hoe lang je ze bewaart. | Zijn rechten op de gegevens uitoefenen; een ander traject met een eigen termijn. |
In de praktijk zijn er vier dingen waar het bij een chatassistent zichtbaar misgaat. De formulering rond de bedenktijd, omdat die uit marketingteksten komt. De volledigheid van de prijs, omdat bijkomende kosten in een gesprek makkelijk wegvallen. De juistheid van claims over voorraad en levertijd, omdat een model daar graag invult. En onware urgentie, want een zin als "nog twee op voorraad" die niet klopt, is niet een beetje overdreven maar valt onder de zwarte lijst van artikel 6:193g BW.
Wat dit anders maakt dan een menselijke medewerker is de bewijspositie. Gesprekken met een AI staan gelogd, compleet, met tijdstempel. Dat werkt beide kanten op: het bewijst dat je het goed deed, of het bewijst duizend keer dat je het fout deed. Om die reden is het loggen van gesprekken geen bijzaak maar onderdeel van je verdediging — en meteen een reden om regelmatig zelf een steekproef te lezen, voordat iemand anders dat doet.
Wat leg je vast voordat je de AI op je webshop zet?
Een AI-assistent op een webshop is een verkoopmedewerker zonder geheugen aan wie je geen inwerkperiode geeft. Alles wat een nieuwe medewerker in zijn eerste week zou leren, moet vooraf op papier staan. Dit is de korte lijst.
- Vaste teksten voor de verplichte onderwerpen. Bedenktijd, retourprocedure, garantie, verzendkosten en levertijden krijgen een goedgekeurde formulering per productsoort. De assistent kiest, hij schrijft niet.
- Feiten uit systemen, niet uit tekst. Prijs, voorraad en levertijd komen uit de bron. Ontbreekt de bron, dan zegt de assistent dat hij het navraagt.
- Een lijst met wat hij nooit zegt. Geen kortingen toekennen, geen leverdata beloven, geen uitzondering op de bedenktijd bevestigen, geen garantietermijn noemen.
- Een melding vooraf dat het AI is. Eén regel bij de start van het gesprek is genoeg, en het scheelt je de discussie achteraf.
- Een escalatieregel die niet onderhandelbaar is. Ontbinding, klacht over een gebrek, betwiste bestelling en elke boze klant gaan naar een mens.
- Logging met tijdstempel en bewaarafspraak. Wat is er gezegd, wanneer, aan wie, en hoe lang bewaar je dat.
- Een testset die je na elke wijziging draait. De vragen uit de tabel hierboven zijn een prima startpunt.
Tot slot het punt dat het vaakst wordt vergeten bij het tekenen van een contract met een AI-leverancier. Die overeenkomst regelt de verhouding tussen jou en de leverancier. Ze verplaatst je positie tegenover de consument niet. Handelaar in de zin van het consumentenrecht ben en blijf jij, ook als het model van iemand anders is en de fout in een systeem zit dat jij niet hebt gebouwd. Kies je leverancier dus ook op de vraag of je zijn assistent kunt tegenhouden, niet alleen op wat hij kan zeggen.